Naar hoofdinhoud
1.. Aan het algemeen bestuur worden door de deelnemende gemeentebesturen alle bevoegdheden en de daaruit voortvloeiende taken, die op grond van de in artikel 5, leden 1 en 2 genoemde wetten en regelgeving aan de deelnemende gemeentebesturen toekomen, overgedragen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 5, derde en vierde lid. 2.. Alle bevoegdheden die niet bij of krachtens de wet of de regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen, berusten bij het algemeen bestuur. 3.. Het algemeen bestuur is bevoegd verordeningen en andere regelingen vast te stellen omtrent de eigen organisatie en bedrijfsvoering. 4.. Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden van het algemeen bestuur overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen overdracht verzet. 5.. In aanvulling op artikel 33a, lid 2 Wgr kan het algemeen bestuur niet overdragen de bevoegdheid tot: het vaststellen van de financiële en beleidsmatige kaders; het vaststellen van verordeningen; het vaststellen van een liquidatieplan bij opheffing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel