1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten van € 19,00 per maand verschuldigd voor het gebruik van een
maatwerkvoorziening (zorg in natura, financiële tegemoetkoming dan wel Pgb), rekening houdend met
de bepalingen van het uitvoeringsbesluit.
2. De kostprijs van een maatwerkvoorziening en of het (jaarlijkse) onderhoudscontract wordt afgeleid van
een vastgesteld normbedrag (bijvoorbeeld een eenheidsprijs van het kernassortiment), een
goedgekeurde offerte, of de met de leverancier overeengekomen huur- of koopprijs of uurtarief.
3. In geval van koop van een voorziening door het college bestaat de kostprijs van een voorziening uit de
economische afschrijving van de voorziening, vermeerderd met het beheer- en onderhoudstarief. Mocht
er na het verstrijken van de periode voor de economische afschrijving een vervangende voorziening
ingezet moeten worden, dan gaat de periode van betaling van een eigen bijdrage voor dit deel opnieuw
in.
4. Bij voorzieningen die in bruikleen worden verstrekt en waarvoor de gemeente huur betaalt, geldt een
eigen bijdrage zolang iemand de voorziening gebruikt.
5. Bij voorzieningen die in bruikleen worden verstrekt en die door de gemeente zijn gekocht, is een eigen
bijdrage verschuldigd op basis van de economische afschrijving en het onderhoudscontract.
De eigen bijdrage op basis van de afschrijvingstermijn is verschuldigd gedurende:
- het gebruik van hulpmiddelen uit het kernassortiment;
- de economische levensduur in geval van hulpmiddelen buiten het kernassortiment.
6. De eigen bijdrage over het door de gemeente te betalen onderhoudscontract voor een hulpmiddel is
verschuldigd zolang de voorziening technisch nog niet is afgeschreven en nog door cliënt wordt
gebruikt.
7. De eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening of Pgb ten behoeve van een woningaanpassing
voor een minderjarige is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, en degene die anders
dan als ouder, samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige.
8. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college voor de
desbetreffende maatwerkvoorziening zelf maakt.
9. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een Pgb is gelijk aan de hoogte van het Pgb.
10 Aan de cliënt die gebruik maakt van de maatwerkvoorziening collectief vervoer kan aanvullend op de
bepalingen in dit artikel, een opstaptarief en ritprijs in rekening worden gebracht ter hoogte van de
kosten van het openbaar vervoer.
Artikel 10.
EIGEN BIJDRAGE MAATWERKVOORZIENINGNEN
Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 gemeente Noardeast-Fryslân