**a..** wet: Participatiewet;
**b..** bijstandsnorm: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 5 van de Participatiewet;
**c..** bijzondere bijstand: bijstand die op basis van artikel 35 Participatiewet wordt verstrekt voor de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan;
**d..** periodieke bijzondere bijstand: bijzondere bijstand die maandelijks wordt verstrekt voor bepaalde kostensoorten;
**e..** college: college van burgemeester en wethouders;
**f..** voorliggende voorziening: voorziening die naar aard en doel geacht wordt passend en toereikend te zijn, waardoor geen recht op bijzondere bijstand bestaat;
**g..** IOAW: wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
**h..** IOAZ: wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
**i..** Wkkp: Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;
**j..** vermogensgrens: grens tot waar vermogen vrijgelaten wordt bij de beoordeling van in aanmerking te nemen vermogen.