Naar hoofdinhoud
1.. Voor het bepalen van de hoogte van het in aanmerking te nemen vermogen worden alle vermogensbestanddelen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken meegenomen, conform artikel 34 lid 1 en 2 van de wet. 2.. In afwijking van het bepaalde onder lid 1 en van artikel 34 lid 3 van de wet, wordt bij bijzondere bijstand de vermogensgrens gesteld op 1,5x de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Vermogen tot aan deze vermogensgrens wordt niet tot het in aanmerking te nemen vermogen gerekend. 3.. Het vermogen in een auto tot € 3.500,- wordt vrijgelaten, aangezien een auto tot die waarde als algemeen gebruikelijk wordt aangemerkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel