Voorfase - Toeleiding en melding
Het overgrote deel van de zorgbehoefte wordt in het voorliggend veld door het maatschappelijk middenveld en sterke basisvoorzieningen voorkomen en afgehandeld. De ondersteuning van jeugdige of ouders met een hulpvraag begint dan ook in de directe omgeving door het signaleren en oppakken van problemen, waarbij de jeugdige, de ouder en het sociale netwerk allemaal een rol hebben. De ouders kunnen met hun vragen terecht bij professionals die o.a. werkzaam zijn in de kinderopvang, op de scholen of in het CJG.
Er kunnen zich twee situaties voordoen die kunnen leiden tot een melding (“het eerste contact tussen ouders en zorg”) waarin de behoefte aan jeugdhulp wordt aangegeven:
Voorliggend veld komt niet tot oplossing:
Het kan zo zijn dat de hulpvraag vanwege complexiteit niet kan worden opgelost in het voorliggend veld en zwaardere zorg mogelijk noodzakelijk is. De melding hiervan wordt door het voorliggend veld overgedragen aan het Toegangsteam Jeugd.
Client meldt zich rechtstreeks bij het Toegangsteam Jeugd:
Het kan ook zo zijn dat een cliënt (jeugdige of ouder) in aanmerking wil komen voor een individuele voorziening. Hiervoor meldt de cliënt zich rechtstreeks bij het Toegangsteam Jeugd (o.a. via CJG, telefonisch, via inloopspreekuur of op afspraak). Er wordt geluisterd naar de melding door middel van een eenvoudige vraagverheldering. Een vraag wordt integraal benaderd. Dat betekent dat bij de melding van de hulpvraag er ook doorgevraagd wordt naar hoe het gaat op andere domeinen, werk, scholing en inkomen, huisvesting, gezondheid van alle gezinsleden.
Hierbij moet nadrukkelijk aangegeven worden dat de melding iets anders is dan de aanvraag voor een individuele voorziening.
Stap 1 – Beoordeling melding op spoed en crisis
Iedere melding m.b.t. verzoek jeugdhulp wordt door het Toegangsteam Jeugd op urgentie beoordeeld. Dit om te bepalen hoe snel er hulp moet worden geleverd. Er kunnen drie gradaties van urgentie worden onderscheiden: crisis, spoed en regulier. Een crisissituatie kan leiden tot een beroep op spoedeisende zorg en crisishulp.
Stap 2 – Registratie en vooronderzoek
Iedere melding of verwijzing wordt schriftelijk geregistreerd. Deze registratie is de basis voor het vervolgtraject, maar is ook nodig voor het geval een cliënt op een later tijdstip met een hulpvraag bij het Toegangsteam Jeugd terugkeert en de voorgaande situatie bij de nieuwe beoordeling moet worden meegewogen. In het kader van de privacywetgeving is het essentieel dat jeugdigen en ouders over deze verwerking van gegevens worden geïnformeerd. Hierover zal meteen bij het eerste contact over de hulpvraag duidelijkheid aan de cliënt worden geboden.
Vervolgens vindt er door het Toegangsteam een vooronderzoek plaats. Afhankelijk van de inhoud van de melding vindt het vooronderzoek in meer (cliënt meldt zich zelfstandig bij het Toegangsteam Jeugd) of mindere (melding vanuit voorliggend veld) mate plaats. Dit om het proces niet te bureaucratisch te maken. In het vooronderzoek worden relevante bekende gegevens in beeld gebracht (o.a. bij gemeente) en wordt in het kader van rechtmatigheid in ieder geval de identiteit van de jeugdige of ouders vastgesteld (op basis van document als bedoeld in art. 1 Wet op de Identificatieplicht) en wordt de woonplaats bepaald. Mocht de gemeente al over een dossier beschikken en de ouders / jeugdige geven toestemming om dit dossier te gebruiken dan kan het vooronderzoek ook achterwege worden gelaten.
Deze stap wordt afgesloten met het plannen van een gesprek door het Toegangsteam Jeugd. Bij het plannen van het gesprek kunnen er ook concrete vragen worden gesteld aan de jeugdige of zijn ouders. Ter voorbereiding op het gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen.
Stap 3 – Het gesprek
Het gesprek tussen de gespreksvoerder van het Toegangsteam Jeugd en de cliënt is gericht op het onderzoeken van de hulpvraag. De volgende elementen worden in beeld gebracht:
de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en
gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag;
het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp;
het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving/ sociaal netwerk een oplossing voor de hulpvraag te vinden;
de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening
de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening;.
de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken;
de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen;
hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en
de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze.
Als de cliënt al bekend is, hoeven bepaalde elementen niet nader uitgediept te worden en kan bijvoorbeeld alleen gevraagd worden of nog nieuwe ontwikkelingen zijn. Indien de hulpvraag ook al bekend is, en het bijvoorbeeld over een vervolgvraag gaat, dan kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders ook het van het gesprek worden afgezien. Het tegenovergestelde kan ook het geval zijn, namelijk dat er meerdere (opeenvolgende) gesprekken nodig zijn.
Belangrijk in het gesprek is de beoordeling of de jeugdige en zijn sociale netwerk op eigen kracht een oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden, of dat er een algemene of andere voorzieningen zijn die tot het gewenste resultaat kunnen leiden. Mocht dit zo zijn dan is een individuele voorziening niet nodig.
Het derde doel van het gesprek is het informeren van de cliënt over de gang van zaken, de rechten en plichten, vervolgprocedure en toestemming persoonsgegevens te mogen verwerken.
Stap 4: Het verslag
Op basis van de verordening is de gemeente verplicht om een verslag op te stellen van het gesprek dat met de cliënt heeft plaats gevonden, zodat de uitkomsten van het Gesprek de cliënt in staat stellen een aanvraag te doen voor individuele voorziening. Het verslag helpt de gemeente om een juiste beslissing te nemen en draagt bij aan een inzichtelijke communicatie met de cliënt. De invulling van dit verslag is vormvrij, de gemeente Hattem kiest ervoor om het gezinsplan hiervoor te gebruiken. Het gezinsplan bevat niet alleen de weergave van de uitkomsten van het onderzoek, maar ook de in te zetten zorg en de gemaakte afspraken en verplichtingen van de cliënt. Indien uit het gesprek blijkt dat de jeugdige, het sociale netwerk of de algemene voorziening het gewenste resultaat kan bewerkstelligen dan wordt de afspraken hierover vastgelegd in het gezinsplan. De gemeente legt het gezinsplan na het gesprek voor aan de cliënt. Vervolgens kan de cliënt het gezinsplan voor akkoord ondertekenen en retourneren naar het Toegangsteam Jeugd. Als de cliënt niet akkoord is dan ondertekent hij het gezinsplan voor gezien en kan hij aangegeven waarom hij niet akkoord is met het verslag/gezinsplan. Veelal zal een nieuw gesprek volgen om samen tot een oplossing te komen.
Stap 5: Aanvraag en beschikking
Het indienen van een schriftelijke aanvraag door de ouder/cliënt bij het college is nodig om een beschikking voor een individuele voorziening te verkrijgen. Om onnodige administratieve lasten te voorkomen, beschouwt de gemeente het getekend gezinsplan als complete aanvraag voor een individuele voorziening te beschouwen. Ook kan een aanvraag mondeling worden gedaan en dan schriftelijk worden bevestigd. In de praktijk betekent dat de jeugdige en zijn ouders die mondelinge aanvraag doen, worden uitgenodigd voor een gesprek. Het gezinsplan van dit gesprek kan vervolgens als aanvraag worden gezien, als de jeugdige en zijn ouders dit verslag/gezinsplan voor akkoord hebben ondertekend.
Binnen 8 weken nadat de aanvraag is ingediend, wordt er op basis van de aanvraag beslist. De toets door het Toegangsteam Jeugd heeft al plaats gevonden in het gesprek en bij de uitwerking van het verslag/gezinsplan. Het verslag/gezinsplan is daarmee een bindend advies. De coördinator van het Toegangsteam Jeugd is gemandateerd om namens het college een beschikking te verstrekken. In de beschikking worden de volgende elementen opgenomen:
Aangeven of de individuele voorziening in natura of in pgb wordt verstrekt;
In geval van natura:
Welke voorziening en welk resultaat;
Ingangsdatum en duur;
Hoe voorziening wordt verstrekt;
In geval van pgb:
Welke voorziening en welk resultaat;
Kwaliteitseisen;
Duur;
Wijze verantwoording;
De manier waarop er bezwaar kan worden aangetekend tegen het besluit.
Stap 6: Bezwaar
Wanneer een aanvrager het niet eens is met een besluit van het college heeft hij het recht in bezwaar te gaan. Als bijlage bij de beschikking wordt altijd de bezwaarclausule meegezonden, waarin beschreven staat hoe bezwaar kan worden ingediend. Toch streeft het college er naar om bezwaarschriften te voorkomen, wanneer deze voortkomen uit onbegrip en onduidelijkheid. Het college streeft er naar om voor er een negatief of afwijkend besluit valt, aanvrager in de gelegenheid te stellen hierop te reageren (zie verslag). Door persoonlijk contact is de kans groot dat duidelijkheid en draagvlak ten aanzien van het genomen besluit ontstaat.
Stap 7: Herziening, intrekking of terugvordering
De cliënt is verplicht om op verzoek of ‘onverwijld’ uit eigen beweging het Toegangsteam Jeugd te informeren over alle feiten en omstandigheden waarvan zij het redelijkerwijs kunnen vermoeden dat dit tot een heroverweging zou kunnen leiden van een beslissing over de individuele voorziening.
Het Toegangsteam Jeugd kan de beslissing over individuele voorziening herzien of intrekken als wordt vast gesteld dat of:
onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de ontbrekende gegevens tot een ander besluit hadden geleid;
de jeugdige of ouders niet langer op de voorziening zijn aangewezen;
de individuele voorziening niet meer toereikend is;
de jeugdige of ouders niet meer voldoen aan de voorwaarden;
de individuele voorziening niet of voor een ander doel wordt gebruikt.
Op het moment dat de onjuiste of onvolledige gegevens verstrekking opzettelijk hebben plaatsgevonden, kan het Toegangsteam de geldwaarde van de onterecht genoten individuele voorziening terugvorderen.
Gegevensverwerking en Privacy
De decentralisatie van de jeugdzorg raakt jeugdigen en hun ouders in kwetsbare posities. Zij zijn veelal afhankelijk van de hulp, die de gemeente hun biedt. De gegevens die jeugdigen en ouders aan hulpverleners verstrekken gaan over inkomen, schulden, huiselijk geweld of medische zaken. Dat zijn zeer gevoelige persoonsgegevens. Het team, de gemeente en de partners waarmee wordt samengewerkt, moeten daarom extra zorgvuldig met deze gegevens omgaan. De inwoner moet daarop kunnen vertrouwen. Het team betrekt als het om persoonsgegevens gaat zoveel mogelijk de inwoner, bijvoorbeeld door toestemming te vragen in geval van uitwisseling van deze gegevens of aanwezig te zijn bij afstemmingsgesprekken.
Het team houdt zich aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), die met betrekking tot uitwisseling van gegevens onder meer stelt dat dit onder voorwaarden mogelijk is, namelijk als:
de jeugdige of zijn gezin zelf expliciet toestemming heeft gegeven, of
de Jeugdwet het toestaat, of
de veiligheid van de jeugdige of zijn of haar omgeving in het geding is
Artikel 2:
Overzicht en uitwerking – stappenplan
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp 2020 Gemeente Hattem