Naar hoofdinhoud
1.. De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 2.. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in het belastingjaar naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. 3.. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of een bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 4.. De op voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de aantoonbare hoeveelheid water die niet als afvalwater is/wordt afgevoerd. Indien aannemelijk wordt gemaakt dat laatstgenoemde hoeveelheid ten minste 20% beloopt van de eerstgenoemde hoeveelheid wordt de hoeveelheid afvalwater bepaald op de navolgende hoeveelheid. Woningen. De totale hoeveelheid afvalwater is afhankelijk van het aantal in de woning wonende personen op 1 januari van het betreffende belastingjaar. Het waterverbruik per persoon wordt gesteld op 45 m3. Agrarische bedrijven. De totale hoeveelheid afvalwater is afhankelijk van het aantal op het bedrijf wonende en werkende personen op 1 januari van het betreffende belastingjaar. Het water-verbruik per persoon wordt gesteld op 45 m3. Het waterverbruik wordt - indien van toepassing - vermeerderd met het hierna onder b. en/of c. gestelde. Pluimveehouderijen. De totale hoeveelheid afvalwater is afhankelijk van het totale staloppervlak en het aantal reinigingsbeurten van de stallen. Het waterverbruik per reinigingsbeurt wordt gesteld op 0,02 m3 per m2. Veeteeltbedrijven. Aantal melkstanden Netto m3 afvalwater Standaardinstallatie 3 98 8 191 12 277 16 358 Ruim gedimensioneerde installatie (inwendige diameter melkleiding > 50 mm) 8 216 12 315 16 392 Ruim gedimensioneerde installatie + melkmeters 8 275 12 370 16 468 Indien het aantal melkstanden niet overeenkomt met de hierboven genoemde aantallen, wordt het aantal melkstanden gesteld op het naast lagere aantal per soort installatie, met een minimum van het aldaar genoemde laagste aantal. Industriële bedrijven. De totale hoeveelheid afvalwater is afhankelijk van het aantal in het bedrijf werkende en wonende personen op 1 januari van het betreffende belastingjaar. Het waterverbruik per persoon wordt gesteld op 45 m3. 5. . Indien in verband met het ontbreken van afzonderlijke watermeters, niet de hoeveelheid afvalwater kan worden vastgesteld zoals hiervoor omschreven, wordt: voor tot woning dienende percelen de hoeveelheid afvalwater bepaald op 45 m3per persoon, per jaar; voor de gebruikers van niet tot woning dienende percelen de verdeelsleutel gehanteerd zoals deze door de respectievelijke gebruikers worden gebruikt voor de onderlinge verdeling van de waternota van het waterbedrijf en bij het ontbreken van een dergelijke regeling overgaan tot een zo reëel mogelijke verdeling op basis van de beschikbare gegevens.

Rechtspraak bij dit artikel