Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt.
Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij de verordening aanwezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt.
De bij verordening aangewezen voorziening is, dat algemene voorziening hulp bij het huishouden.
De bijdragen voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, maatwerkvoorzieningen of pgb zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogte € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwden cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de Wmo of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of het volgende lid geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
In afwijking van artikel 10a, eerste lid geldt dat geen bijdrage is verschuldigd voor:
een rolstoel;
voorzieningen voor personen jonger dan 18 jaar
Op de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, geldt geen eigen bijdrage voor cliënten met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm.
De kostprijs van een:
bij verordening aangewezen algemene voorziening of maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening bruikleen, huur of eigendom.
pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
In geval van opvang als bedoeld in artikel 2.1.4b van de Wmo, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door de centrumgemeente vastgesteld en geïnd door de aanbieder.
HOOFDSTUK 3
Artikel 10.
Bijdrage in de kosten van bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, maatwerkvoorzieningen of pgb’s (alleen Wmo)
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2020