Het college bepaalt met inachtneming van de Wmo (artikel 2.3.1. tot en met 2.3.5) en de Jeugdwet (artikel 2.3) bij nadere regeling, zoals opgenomen in de beleidsregels, op welke wijze in samenspraak met de cliënt, jeugdige of zijn ouders wordt vastgesteld of de cliënt, jeugdige of zijn ouders voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang in aanmerking komt.
De toegang tot de maatwerkvoorziening beschermd wonen en begeleid wonen op grond van de Wmo is bij de Centrale Toegang (GGD IJsselland) belegd. Het bestuur van de Centrale toegang is gemandateerd om een beslissing op bezwaar te nemen.
Een gesprek maakt altijd deel uit van de procedure in de aanvraag voor een maatwerkvoorziening.
Tijdens het gesprek stelt het college op grond van de Wmo (artikel 2.3.4.) de identiteit van de cliënt vast. Dit kan middels inzage in een geldig identificatie document als paspoort, identiteitskaart, rijbewijs. De identificatieplicht geldt niet voor verzoeken op basis van de Jeugdwet.
Als de hulpvraag genoegzaam bekend is kan het college in overleg met de cliënt, jeugdige of zijn ouders afzien van een gesprek.
HOOFDSTUK 2
Artikel 4.
Toegang maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2020