Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 22.

Profielen jeugdhulp

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gemeente Dalfsen 2020

De inkoop van de zorg in natura is gedaan op basis van resultaat gerichte financiering. De jeugdige krijgt bij het vaststellen van de maatwerkoplossing een profiel mee en de zwaarte van het profiel mee. De onderstaande profielen kennen wij: Begeleiden en vergroten van ontwikkelingskansen van een jeugdige in een problematische situatie waarbij gezinscommunicatie en/of opvoedproblemen een rol spelen; in dit profiel wordt de jeugdige beperkt door gezinscommunicatie en/ of opvoedproblemen. De problemen van de jeugdige zijn positief te beïnvloeden door het pedagogische handelen van de opvoeders; Begeleiden en behandelen van een jeugdige met ontwikkelings- en gedragsproblematiek in interactie met één of meerdere van de drie milieus (school, thuis, vrije tijd); in dit profiel kampt de jeugdige met psychosociale problemen. De jeugdige vertoont vaak gedragsproblemen en/ of emotionele problemen en/ of loyaliteitsproblemen en/ of problemen op school; Begeleiden en vergroten van ontwikkelingskansen van een jeugdige met een cognitieve beperking; in dit profiel heeft de jeugdige een cognitieve beperking. Daarbij gaat het om het functioneren en aanspreekniveau van de jeugdige. Het vraagt van opvoeders naast de basisvaardigheden ook specifieke vaardigheden in de dagelijkse opvoedingspraktijk. Binnen dit gebied worden bijvoorbeeld de volgende interventies uitgevoerd: uitgebreidere diagnostiek, afstemmen van de communicatie, concreet maken van de oefenstof, voor structureren en vereenvoudigen, netwerk en generalisatie, veilige en positieve leeromgeving. Je moet hierbij alert zijn op het grensgebied Wlz/ Jeugdwet; Behandelen en vergroten van ontwikkelingskansen van een jeugdige met ontwikkelings- en gedrags en/of psychiatrische problemen door kindfactoren. In dit profiel is de problematiek van invloed op de ontwikkeling en kan gepaard gaan met disfunctioneren in meerdere levens- en ontwikkelingsgebieden. De problematiek stagneert de ontwikkeling van de jeugdige, de jeugdige vraagt door zijn problematiek om specifieke vaardigheden van de drie milieus. De problematiek van de jeugdige kan de draagkracht – draaglast verhouding van hun opvoeders sterk beïnvloeden, evenals het functioneren van het gezin. Behandelen en vergroten van ontwikkelingskansen van een jeugdige met een cognitieve beperking met ontwikkelings- en gedragsproblemen en/of psychiatrische problemen door kindfactoren; in dit profiel heeft de jeugdige net als bij profiel 3 een cognitieve beperking. Hierdoor vragen zij om extra zorg, ondersteuning en bescherming. Daarnaast is er sprake van ontwikkelings- en gedragsproblemen in brede zin. Er is sprake van problemen op meerdere ontwikkelingsgebieden en levensdomeinen. De cognitieve beperking is gecombineerd met psychische en psychiatrische problematiek/ stoornissen, waarbij het één het ander kan beïnvloeden en versterken (over en weer). Dit vraagt om extra zorg, ondersteuning en specialistische behandeling en begeleiding. Begeleiden en vergroten van ontwikkelingskansen van een jeugdige met een lichamelijke beperking en niet-aangeboren hersenletsel. Deze aandoeningen zijn van invloed op de ontwikkeling van de jeugdige in meerdere ontwikkelingsgebieden en leefdomeinen. Naast de basale vaardigheden, vraagt dit van de opvoeders ook specifieke vaardigheden in de dagelijkse opvoedingspraktijk. Dit kan hoge eisen stellen aan het opvoederschap en de opvoederrelatie. Extra aandachtspunt is ook de draagkracht – draaglastverhouding van de opvoeders en het gezin (invloed op overige kinderen in het gezin). Ontlasting van de opvoeder(s)/ het gezin kan aangewezen zijn, bijvoorbeeld door middel van respijtzorg. Hierbij moet je alert zijn op grensgebied Zvw/ Jeugdwet. Ondersteunen, begeleiden en vergroten van ontwikkelingskansen van een jeugdige die belasting ervaart door een of meer opvoeders met een ziekte of beperking en het ondersteunen van deze opvoeders in de opvoeding. In dit profiel heeft de jeugdige één of twee opvoeders met een ziekte, lichamelijke beperking en/ of cognitieve beperking. Hierdoor hebben de opvoeders problemen met het bieden van voldoende ondersteuning, bescherming en verzorging van hun kind(eren). De opvoeders hebben vaak ontoereikende vaardigheden. Bij de jeugdige kan, als gevolg hiervan, gedragsproblematiek ontwikkelen. Er kan ook sprake zijn van ontwikkelingsproblemen door kindfactoren. Het gaat in dit profiel niet om opvoeders met psychiatrische problemen. Begeleiden en vergroten van ontwikkelingskansen van de jeugdige met ontwikkelings-, gedrags- en/ of (vermoedelijke) psychiatrische problemen in samenhang met opvoeders met (vermoedelijke) psychiatrische problemen, die daardoor problemen bij het opvoeden ervaren; als gevolg van psychiatrische problematiek van opvoeder(s) is er sprake van een problematische thuissituatie. Er is geen diagnose van de opvoeder nodig voor de toewijzing van zorg. De veiligheid van de jeugdige is in het geding. Verzorging, opvoeding en/ of ondersteuning van de jeugdige is onvoldoende. Middelengebruik en/ of verslavingsproblematiek en een problematische relatie tussen de opvoeders komt vaak voor. Wat betreft de jeugdige is er sprake van ontwikkelings-, gedrags- en emotionele problemen. Begeleiden en vergroten van ontwikkelingskansen van een jeugdige met ontwikkelings-, gedrags- en/ of psychiatrische problemen uit gezinnen met multi-problematiek, waarbij de draagkracht van het gezin verbetert; in dit profiel gaat het om jeugdigen die opgroeien in een gezin met complexe problematiek op meerdere leefgebieden. Eén of beide opvoeder(s) heeft of hebben eigen problematiek. Er is sprake van (een combinatie van) ontoereikende vaardigheden. Er is sprake van (een combinatie van) ontoereikende vaardigheden, financiële problemen, huisvestingsproblemen, relationele problemen. De opvoeder(s) zijn niet (altijd) in staat om hun kind(eren) voldoende zorg, bescherming en ondersteuning te bieden. Bij de jeugdige is er sprake van ontwikkelings- en gedragsproblemen. Er kan sprake zijn van angst- en stemmingsproblemen, hechtingsproblemen, traumatische ervaringen en cognitieve beperkingen. Ondersteunen van het jonge kind van min negen maanden tot 7 jaar en het gezin die gezien de leeftijd en de complexiteit van de problematiek specifieke kennis, procesdiagnostiek en specifieke opvoeder/kind interventies behoeven; In dit profiel is er sprake van complexe problemen in het gezin die van invloed zijn op de ontwikkeling van het kind. Al vroeg is duidelijk dat er problemen in de ontwikkeling zijn, maar deze laten zich vanwege de leeftijd van het kind moeilijk duiden. Het gaat om kindfactoren zoals, een huilbaby, ernstige voedings- of slaapproblemen, een ontwikkelingsachterstand, emotionele – en gedragsproblemen, medische complicaties, syndromale afwijkingen, meervoudige beperkingen. Vaak is er in het gezin sprake van een instabiele opvoedingsomgeving en/ of onvoldoende pedagogische vaardigheden. Bijvoorbeeld opvoeders met psychische problemen, onverwerkt trauma, LVB, verslaving, tienermoeder. Al deze factoren beïnvloeden elkaar over en weer. Het jonge kind is afhankelijk van de opvoeder, daardoor beïnvloeden deze factoren zowel de ontwikkeling van het brein als de kwaliteit van de opvoeder - kindrelatie - en daarmee de hechting – meer nog dan bij oudere kinderen. Het bieden van crisishulp aan een jeugdige en gezin in crisissituatie, zodat de situatie stabiliseert; in dit profiel is er een acute crisissituatie. Het eerste contact bij een acute crisis zit niet in dit profiel. Dit eerste contact moet binnen 4 uren plaatsvinden. Beoordeeld wordt dat de situatie dusdanig bedreigend is voor de ontwikkeling/ veiligheid van de jeugdige dat er direct (binnen 24 uur) een interventie/ zorg aanbod beschikbaar moet zijn om het acute gevaar te beperken. Ook wordt beoordeeld wat de volgende stap moet zijn: geen vervolg/ geen crisisvervolg, maar reguliere zorg/ crisiszorg. In het laatste geval wordt profiel 11 ingezet. Zo snel mogelijk maar in ieder geval binnen 4 weken moet dan bepaald worden of en zo ja welk vervolg er plaats moet vinden (eventueel met gespecialiseerde jeugdhulp, profiel 1 tot en met 10). Ernstige enkelvoudige dyslexie; in dit ondersteuningsprofiel is er sprake van dat de jeugdige, onderwijs volgend in het (speciaal) onderwijs in de leeftijd van 7 tot 13 jaar, ernstige enkelvoudige dyslexie heeft. Met ernstig wordt bedoeld dat de jeugdige behoort tot de zwakste 10% presteerders op technisch lezen (eventueel in combinatie met de zwakste 10% presteerders op spelling) of tot de zwakste 16% presteerders op technisch lezen én de zwakste 10% presteerders op spelling. Met enkelvoudig wordt bedoeld dat de lees- en/ of spellingsproblemen niet verklaard kunnen worden door één of meer andere (leer)gedragsstoornissen. De jeugdige komt op basis van de beschreven diagnose in aanmerking voor behandeling, waarbij ook opvoeders en school worden betrokken. In onze regio volgen we bij een vermoeden van dyslexie, het protocol Blommert. Daarin staat duidelijk wanneer een kind in aanmerking komt voor onderzoek EED; drie meetinstrumenten voor voldoende ondersteuning onderwijs, geen sprake van Co morditeit enz. Het is aan het onderwijs om via monitoring van de leerling te onderbouwen dat er een gerede kans is dat de leerling behoort tot de kinderen met EED. Dat dossieronderzoek wordt gedaan door een professional bij een dyslexie aanbieder, een poortwachterfunctie.

Rechtspraak bij dit artikel