Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van leges 2020

1.. Persoonlijke vrijstellingen. Van de verplichting tot het betalen van de in deze verordening genoemde leges zijn, voor zover daarin niet reeds op andere plaatsen in deze verordening is voorzien, vrijgesteld: openbare besturen, ambtenaren of instellingen voor diensten, door hen in het openbaar belang verzocht; verenigingen of instellingen, die het uitoefenen van liefdadigheid tot doel hebben. 2.. Zakelijke vrijstellingen. De in deze verordening genoemde leges worden, voor zover daarin niet reeds op andere plaatsen in deze verordening is voorzien, niet geheven voor: het afgeven van attestaties de vita tot het ontvangen van pensioenen, lijfrenten, wachtgelden en dergelijke ten laste van de staat, provincies, gemeenten, waterschappen en veenschappen; het afgeven van beschikkingen op verzoekschriften en bezwaarschriften ter zake van plaatselijke belastingen; de aan belanghebbende uitgereikt wordende beschikkingen of afschriften daarvan, houdende beslissing op een aanvraag om subsidie uit de gemeentekas; de aan belanghebbende uitgereikt wordende beschikkingen of afschriften, houdende aanstelling, benoeming, bevordering, ontslag, toekenning van bezoldiging, vergoeding of toelage dan wel verhoging hiervan, betrekking hebbende op enige gemeentelijke functie of dienstverrichting jegens de gemeente; de aan aanvrager uitgereikt wordende beschikkingen of afschriften daarvan, houdende beslissing op een aanvraag om vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25 Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Reusel-De Mierden, welke zonder winstoogmerk bestemd is voor inwoners van onze gemeente beneden de 18 jaar, georganiseerd door verenigingen of instellingen gevestigd in deze gemeente; diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald; diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel