**1..** Een Gesprek maakt deel uit van het Onderzoek. Bij Mandaat door het College aan het Loket verstrekt, wordt het Gesprek gevoerd door het Loket met de Cliënt/Inwoner, desgewenst in het bijzijn van haar/zijn vertegenwoordiger/cliëntondersteuner, en zoveel mogelijk in het bijzijn van zijn/haar Mantelzorger en/of desgewenst zijn/haar familie/ouder.
**2..** Het College onderzoekt in het Gesprek de mogelijkheid om een Maatwerkvoorziening (Wmo) of een Individuele voorziening (Jeugdwet) te verstrekken, dan wel de mogelijkheid om de ondersteuningsvraag op een andere wijze op te lossen, een en ander in het belang van behoud en versterking van de draagkracht van de Cliënt.
**3..** Het College onderzoekt in het Gesprek hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de Cliënt en/of zijn ouders.
**4..** Het College Onderzoekt in het gesprek hoe de gewenste samenhang in de versterking van de draagkracht en beperking van de draaglast tot stand kan komen door mede te kijken naar mogelijkheden die lokale Voorzieningen bieden op het terrein van welzijn, sport, cultuur, onderwijs, vrijwilligerswerk etc.
**5..** Ingeval het Gesprek betrekking heeft op de uitvoering van de Wmo zijn de bepalingen als volgt:
Het College onderzoekt in het Gesprek overeenkomstig artikel 2.3.2, 4e lid van de Wmo:
de behoeften op alle levensgebieden (gezondheid, wonen, werk, inkomen, relatie, gezin, etc. persoonskenmerken en voorkeuren van de Cliënt;
het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;
de mogelijkheden om op eigen kracht of met Gebruikelijke hulp of met een Algemeen gebruikelijke voorziening of met een Algemene voorziening zijn zelfredzaamheid of participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of maatschappelijke opvang;
de mogelijkheid om met Mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbeteren van zijn zelfredzaamheid of participatie of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of maatschappelijke opvang;
de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de Cliënt;
de mogelijkheden om met gebruikmaking van een Algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie, of de mogelijkheden om met gebruikmaking van een Algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemd Ondersteuningsplan om te voorzien in een oplossing voor de ondersteuningsvraag die bijdraagt aan versterking van de draagkracht of beperking van de draaglast van de Cliënt.
de mate waarin Cliënt of iemand uit zijn sociale netwerk in staat is om eventueel een Maatwerkvoorziening in de vorm van een Persoonsgebonden budget te beheren en de benodigde ondersteuning of zorg zelf in te kopen waarbij in begrijpelijke woorden wordt toegelicht wat de voorwaarden daarvoor zijn en wat de gevolgen zijn.
Het College verstrekt aan de Cliënt/Inwoner informatie over de Bijdrage die Cliënt naar verwachting op grond van artikel 2.1.4. van de Wmo zal moeten betalen ingeval een Wmo-maatwerkvoorziening wordt toegekend.
**6..** Ingeval het Gesprek betrekking heeft op uitvoering van de Jeugdwet zijn de bepalingen als volgt:
het College stelt naar aanleiding van het gesprek vast wat de jeugdhulpvraag inhoudt;
het College laat door een ter zake deskundige vaststellen of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen alsmede de veiligheid en de ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige;
het College laat door een ter zake deskundige vaststellen welke hulp naar aard en omvang nodig is. Pas als het voorafgaande is vastgesteld, kan worden vastgesteld of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn;
het College informeert de Cliënt/Inwoner of zijn ouders over de gang van zaken bij de vraagverheldering, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.5.