Los van de voorwaarden opgenomen in de Wmo, artikel 2.3.6. en in de Jeugdwet, artikel 8.1.1. kan het College besluiten om geen pgb te vertrekken indien sprake is van de volgende omstandigheden:
als de inwoner handelingsonbekwaam is, onvoldoende inzicht heeft in de eigen situatie, of geen bewindvoerder/belangenbehartiger/wettelijk vertegenwoordiger/ouder heeft die zijn belangen kan behartigen en/of;
als er een ernstig vermoeden is dat de budgethouder of zijn vertegenwoordiger problemen zal hebben met het omgaan met een pgb en/of het aansturen van de met het pgb ingekochte zorg of ondersteuning en/of;
als er sprake is van verslavingsproblematiek of schuldenproblematiek en/of;
als er eerder sprake is geweest van fraude of misbruik met een pgb en/of;
als de inwoner een zwervend bestaan leidt of een maatwerkvoorziening beschermd wonen of maatschappelijke opvang uit de Wmo toegekend heeft gekregen en/of;
sprake is van analfabetisme of onvoldoende taal- of rekenvaardigheid;
als er gegronde redenen bestaan om te verwachten dat het budget besteed zal worden in het buitenland zonder dat daar een gegronde reden voor is, naar oordeel van het College;
als sprake is van andere belemmerende omstandigheden naar het oordeel van het College.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3.