Naar hoofdinhoud

Artikel 10.

Regels voor pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Veendam 2020

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2.. De hoogte van een pgb: wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan waarin in ieder geval uiteen is gezet: 1°. welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren de cliënt van het budget wil betrekken, en 2°. indien van toepassing, welke hiervan de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; wordt berekend op basis van een prijs of tarief: 1°. waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken; 2°. waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie de cliënt diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren wil betrekken; 3°. waarbij, voor zover van toepassing, rekening is gehouden met de in het derde lid gestelde voorwaarden betreffende het tarief onder welke de cliënt de mogelijkheid heeft om de betreffende diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, en 4°. wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura. 3.. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk: het tarief of de prijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 1°, bedraagt voor maatschappelijke ondersteuning verleend door een derde, niet zijnde op onverplichte basis verleende maatschappelijke ondersteuning door een hulp uit het sociale netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren of zoveel meer tot ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura, als noodzakelijk is om: 1°. te verzekeren dat het budget de cliënt in staat stelt tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en 2°. op gepaste wijze rekenschap te geven van de gezinssituatie en van de aantoonbare relevante werkervaring en kwalificaties van deze persoon. tussenpersonen of belangenbehartigers kunnen niet uit het pgb worden betaald. 4.. Voor de persoonsgebonden budget tarieven geldt het volgende: Bij de vaststelling van de pgb tarieven wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp en / of ondersteuning. Bij de tarieven voor (in)formele hulp worden de volgende vormen van hulp onderscheiden: begeleiding individueel, begeleiding groep, dagbesteding, vervoer van en naar dagbesteding, kortdurend verblijf en persoonlijke verzorging. Indien de werkelijke kosten van de voorziening lager liggen dan de in deze verordening genoemde maximale bedragen, worden de werkelijke kosten in de vorm van een pgb toegekend. De tarieven die zijn opgenomen in deze verordening zijn de maximale tarieven die belanghebbende via het pgb mag declareren bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel