Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 2

Algemene bepalingen bijzondere bijstand

Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand Kerkrade 2020

1.. De in deze beleidsregels bedoelde kosten kunnen, voor zover zij voldoen aan de nadere bepalingen die in deze regels zijn opgenomen, worden gezien als uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van bestaan die naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit het inkomen en vermogen, zoals genoemd in artikel 35, lid 1 van de wet en nader bepaald in hoofdstuk 1 van deze regels, en komen derhalve in aanmerking voor bijstandsverlening, conform de bepalingen die ter zake in de beleidsregels zijn opgenomen. 2.. Voor de verstrekking van bijzondere bijstand geldt als uitgangspunt dat de meest goedkope en eenvoudige voorziening als een adequate noodzakelijke oplossing wordt beschouwd. 3.. Geen recht op bijzondere bijstand bestaat als er sprake is van een voorliggende voorziening, die gezien haar aard en doelstelling passend en toereikend kan worden geacht. 4.. Geen recht op bijzondere bijstand bestaat als reeds is voorzien in de kosten. 5.. Ten aanzien van periodieke bijzondere bijstand wordt de aanvraag toegekend voor de duur van twaalf maanden, tenzij gedurende deze twaalf maanden de noodzaak voor de betreffende kosten niet langer meer vastgesteld kan worden. Als er eveneens sprake is van een lopende bijstandsuitkering kan de aanvraag toegekend worden voor een langere periode. 6.. Het college kan heronderzoeken uitvoeren om het recht op periodieke bijzondere bijstand tussentijds opnieuw vast te stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel