**1..** De draagkrachtperiode vangt aan op de eerste dag van de maand waarin de bijzondere kosten zijn ontstaan en heeft de duur van 12 maanden.
**2..** De draagkracht voor de individuele bijzondere bijstand bedraagt 110 % van de op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief de vakantietoeslag, zoals bedoeld in de artikelen 20, 21, 22 en 23 van de Participatiewet.
**3..** Voor de vaststelling van de draagkracht wordt 5 % vakantietoeslag van het inkomen gehanteerd.
**4..** Het vermogen boven de voor belanghebbende geldende vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 Participatiewet wordt gezien als draagkracht.
**5..** Bij de vaststelling van het inkomen worden de inkomensbestanddelen die bij de verlening van algemene bijstand niet tot de middelen worden gerekend, ook niet tot het inkomen gerekend bij de bijzondere bijstand.
**6..** Indien een aanvrager toegelaten is tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) of als er sprake is van de Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen (MSNP) kan het college enkel de draagkracht berekenen over middelen waarover de belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft.