Naar hoofdinhoud

Artikel 12a.

Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zundert 2020

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste het bedrag als genoemd in artikel 2.1.4a 4e lid voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 3.. Een cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. 4.. Er zijn geen bij verordening aangewezen algemene voorzieningen. 5.. In afwijking van het eerste en tweede lid en in afwijking van artikel 2.1.4.a, vierde lid, van de wet: is de cliënt voor de maatwerkvoorziening collectief vraagafhankelijk vervoer een ritbijdrage verschuldigd op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, waarbij de betaling van deze bijdrage door de aanvrager door de vervoerder in ontvangst wordt genomen, in naam en voor rekening van de gemeente die het vervoer aanbiedt; kan een cliënt zich door één sociale begeleider laten vergezellen. De begeleider is tweemaal het tarief verschuldigd, zoals bedoeld in het vorige lid, tenzij de begeleiding naar het oordeel van het college medisch noodzakelijk is. In dat geval is het vervoer van de begeleider gratis. is de cliënt geen bijdrage verschuldigd voor de maatwerkvoorziening begeleiding waakvlam; personen aan wie voor de inwerkingtreding van deze verordening een maatwerkvoorziening begeleiding is toegekend en die geen eigen bijdrage verschuldigd waren, zijn een eigen bijdrage verschuldigd vanaf 1 april 2020. 6.. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 7.. De bijdrage voor de (maatschappelijke) opvang wordt geïnd door de aanbieder die de opvang biedt. 8.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening door het CAK vastgesteld en geïnd. 9.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel