Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3

Toeslagen

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2004

1.. Gehuwden ontvangen nimmer een toeslag op de wettelijk vastgestelde bijstandsnorm van 100% van het wettelijk minimumloon. 2.. De alleenstaande ontvangt een toeslag van 20% op de wettelijk vastgestelde bijstandsnorm van 50% van het minimumloon. De toeslag is gelijk aan het in artikel 25, tweede lid van de wet genoemde maximumbedrag. 3.. De alleenstaande ouder ontvangt een toeslag van 20% op de wettelijk vastgestelde bijstandsnorm van 70% van het minimumloon. De toeslag is gelijk aan het in artikel 25, tweede lid van de wet genoemde maximumbedrag. 4.. De alleenstaande met schaalvoordelen ontvangt een toeslag van 10% op de wettelijk vastgestelde bijstandsnorm van 50% van het minimumloon. 5.. De alleenstaande ouder met schaalvoordelen ontvangt een toeslag van 10% op de wettelijk vastgestelde bijstandsnorm van 70% van het minimumloon. 6.. De alleenstaanden met ten laste komende en/of inwonend(e) kind(eren), die: - 18 jaar of ouder zijn met een inkomen lager of gelijk aan 60% van het wettelijk minimumloon van 23-jarigen; - aanspraak maken op studiefinanciering op grond van de Wet op de Studiefinanciering of op grond van de Wet tegemoetkoming studiekosten; - pleegkind zijn, ontvangen een toeslag van 20 % op de wettelijk vastgestelde bijstandsnorm van 50% van het wettelijk minimumloon. 7.. De alleenstaanden respectievelijk alleenstaande ouders welke verblijven in een pand zoals gesteld in de nota Bemoeizorg, ontvangen een toeslag van 10% op de wettelijk vastgestelde bijstandsnorm van 50% respectievelijk 70% van het wettelijk minimumloon.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel