Naar hoofdinhoud
1.. Naar aanleiding van de melding, bedoeld in artikel 2.1 voert het college in samenspraak met cliënt dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk mantelzorger(s), zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding, een onderzoek ter verheldering van de hulpvraag uit. 2.. In het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde: de behoeften, persoonskenmerken, veiligheid, voorkeuren, ontwikkeling en gezinssituatie van de cliënt en het probleem of de ondersteuningsvraag; het vermogen van de cliënt (of zijn ouder) om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de ondersteuningsvraag te vinden; de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; het gewenste resultaat van de in te zetten jeugdhulp; de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening; de mogelijkheden om een maatwerkvoorziening te verstrekken; de wijze waarop de jeugdhulp wordt afgestemd met andere voorzieningen; de mogelijkheden om te kiezen voor een maatwerkvoorziening in natura of een persoonsgebonden budget. 3.. Als de cliënt een persoonlijk plan aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek. 4.. Het college kan, in overleg met de cliënt besluiten het onderzoek, bedoeld als in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk achterwege laten, als het college op basis van voorafgaand dossieronderzoek en bekendheid met de cliënt en zijn actuele situatie, over voldoende inzicht beschikt in de ondersteuningsbehoefte. 5.. De cliënt dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger verschaffen het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen 6.. Het college draagt er zorg voor dat de cliënt voorafgaand aan het onderzoek tijdig wordt geïnformeerd over de procedure van het onderzoek, de rechten en plichten en de vervolgprocedure. 7.. Bij het onderzoek stelt het college de identiteit van de cliënt vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel