Naar hoofdinhoud
1.. Belanghebbende doet aan het dagelijks bestuur op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet kunnen zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op de tegemoetkoming. 2.. Belanghebbende is verplicht om alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is om het recht op de tegemoetkoming te kunnen vaststellen. 3.. Ter bevordering van een correcte en adequate uitvoering van deze verordening, kunnen aan belanghebbende aanvullende verplichtingen opgelegd worden. 4.. Alvorens tot afwijzing dan wel beëindiging over te gaan, wordt belanghebbende eenmaal een redelijke hersteltermijn geboden om alsnog de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. 5.. Onverminderd de overige bepalingen in deze verordening, kan het dagelijks bestuur besluiten om het recht op een tegemoetkoming te beëindigen indien belanghebbende niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt.

Rechtspraak bij dit artikel