Voordat een gebiedsontzegging wordt opgelegd, waarschuwt de burgemeester de persoon die zich voor de eerste keer schuldig heeft gemaakt aan overlastgevend gedrag op schriftelijke wijze.
In afwijking van lid 1 legt de burgemeester in elk geval direct een gebiedsverbod op bij:
een directe vrees voor een verdere verstoring van de openbare orde, waarbij de vereiste spoed zich verzet tegen het waarschuwen;
een bijzonder gewelddadige ordeverstoring;
een handeling die direct dan wel indirect aanleiding gaf tot grootschalige vechtpartijen;
geweld tegen hulpverleners of ambtenaren in functie (zoals bedoeld in art. 304 WvS);
een verstoring van de orde waarbij wapens zijn gebruikt;
een horeca- of evenementgerelateerde overlastgevende gedraging.
De waarschuwing geldt voor een periode van 6 maanden vanaf het moment van het aanzeggen van de waarschuwing.