Naar hoofdinhoud
1.. In deze afdeling wordt verstaan onder: bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; boom: een houtachtig, overblijvend gewas (zowel levend als afgestorven), met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter gemeten op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam; bomenlijst: lijst met waardevolle en monumentale bomen in de gemeente Medemblik; dunnen: het verwijderen van ≤ 40% van de houtopstand om de groei van de overblijvende houtopstand te bevorderen; houtopstand: één of meer bomen; kandelaberen: het afzetten van een bestaande ‘normaal’ uitgegroeide kroon, middels het ingrijpende innemen(amputeren) van de gesteltakken tot ‘takstompen’, met als gangbare doelstelling het ingrijpend reduceren (afzetten) van de bestaande kroonomvang. Er is sprake van 35-50% reductie van de gesteltaklengte; kandelaren: het afzetten van een bestaande ‘normaal’ uitgegroeide kroon, middels het ingrijpende innemen(amputeren) van de gesteltakken tot ‘takstompen’, met als gangbare doelstelling het ingrijpend reduceren (afzetten) van de bestaande kroonomvang. Er is sprake van 50-75% reductie van de gesteltak lengte; knotten: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen, gekandelaarde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; vellen: kappen; rooien; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen en kandelaren: het verrichten van handelingen, zowel boven als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben; vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, lid 1, sub g van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel