Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf

Artikel 2:60

Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019

Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: aanwezig te hebben; aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven. Het is verboden om, op door het college aan te wijzen locaties en perioden, dieren te voeren indien: er door het voeren verkeersonveilige situaties ontstaan; er door de frequente aanwezigheid van dieren problemen ontstaan door de uitwerpselen; dieren ook ’s nachts op of bij voerplaatsen aanwezig blijven en dan geluidsoverlast veroorzaken; er door de aanwezigheid van voer ook dieren aangetrokken worden die minder gewenst zijn; er door een overdaad aan voer, gezondheidsproblemen voor de gevoerde dieren ontstaan. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel