Naar hoofdinhoud
Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: gevaar oplevert of kan opleveren voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu; schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; hinder of overlast oplevert of kan opleveren voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden op de weg of een weggedeelte containers te plaatsen of te hebben als deze worden gebruikt voor een ander doel dan voor de tijdelijke opslag van puin of bouwmaterialen tijden een verbouwing of de tijdelijke opslag van waren in het kader van de uitoefening van detailhandel. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen, reclameborden, hijs- en hefwerktuigen en bouwplaatsinrichtingen in het openbaar gebied. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. Het verbod is niet van toepassing op: evenementen als bedoeld in artikel 2:24; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de provinciale wegenverordening. Op de aanvraag om een ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel