Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf

Artikel 5:34

Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Rijswijk houdende regels omtrent openbare orde en veiligheid (Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk 2019)

Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand en buiten de periode van 31 december tot en met 1 januari. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale milieuverordening. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het in de periode van 31 december tot en met 1 januari is toegestaan om de in het tweede lid, onder b, genoemde sfeervuren aan te leggen, te stoken of te hebben, mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel