Naar hoofdinhoud
1.. De hoogte van een eenmalige pgb wordt maximaal vastgesteld op: Het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, zo nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering of; Het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten. 2.. De hoogte van een periodiek uit te betalen pgb voor formele hulp is gelijk aan 75% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. 3.. De hoogte van een periodiek uit te betalen pgb voor informele hulp is gelijk aan het minimum uurloon inclusief vakantiebijslag, voor een persoon van 22 jaar of ouder met een 36-urige werkweek en indien van toepassing aangevuld met een surplus voor de werkgeverslasten, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. 4.. De hoogte van het pgb voor beschermd wonen wordt bepaald door de indicatiestelling beschermd wonen. Er geldt een apart tarief voor de indicatiestelling beschermd wonen midden en beschermd wonen hoog. Het tarief wordt bepaald op basis van het pgb-plan en is maximaal 95% van het desbetreffende tarief voor zorg in natura minus de zogenaamde Normatieve Huisvestingscomponent (NHC). Met het van toepassing zijnde tarief moet de inkoop van de individuele begeleiding, groepsbegeleiding, dagbesteding en toezicht worden bekostigd. 5.. Indien het op basis van lid 1, lid 2 en lid 3 vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen voorziening te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij tenminste één aanbieder kan worden ingekocht. 6.. Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte van een pgb wordt vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel