**1..** Een raadslid heeft een aanspraak op een bedrag per jaar ten grootte van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee het raadslid voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
**2..** De in het eerste lid genoemde vergoeding wordt maandelijks uitbetaald en bedraagt 1/12e deel van de dan geldende raadslidvergoeding. Bij een raadslidvergoeding over een gedeelte van de maand, wordt de in het eerste lid genoemde vergoeding eveneens naar evenredigheid aangepast.
**3..** Het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet.
Artikel 8.