Naar hoofdinhoud
1.. Een aanvraag als bedoeld in artikel 3.1.2, eerste lid, gaat in ieder geval vergezeld van: een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel dat niet langer dan drie maanden voor indiening van de aanvraag is verstrekt; in voorkomend geval, een bewijs dat degene die de aanvraag indient bevoegd is de aanvragende onderneming te vertegenwoordigen; voor een vaartuig met een lengte over alles van meer dan 10 meter: een gedetailleerde tekening op een schaal van 1:50 van het boven-, voor- en achteraanzicht en de zijaanzichten, voorzien van belettering en eventuele logo’s of patronen, een aanduiding van de gebruikte of te gebruiken materialen en kleuren met de daarbij behorende RAL-codering; voor een vaartuig met een lengte over alles van 10 meter of minder: een gedetailleerde tekening op een schaal van 1:20 van het boven-, voor- en achteraanzicht en de zijaanzichten, voorzien van belettering en eventuele logo’s of patronen, een aanduiding van de gebruikte of te gebruiken materialen en kleuren met de daarbij behorende RAL-codering; een overzicht van de gebruikte of te gebruiken materialen met een aanduiding van het onderdeel van het vaartuig waarvoor de materialen worden gebruikt; een driedimensionale impressie of in kleur of 4 kleurenfoto's van een bestaand vaartuig, waarvan 1 van schuin voor, 1 van opzij, 1 van schuin achter en 1 van schuin bovenaf, waarop de dekken, opbouwen en kleuren van het vaartuig goed te zien zijn, en in voorkomend geval, een afschrift van de vergunning die op het moment van het indienen van de aanvraag voor het vaartuig is verleend. 2.. Een aanvraag gaat tevens vergezeld van: documenten waarmee wordt aangetoond dat de aanvrager over het vaartuig kan beschikken op het moment waarop de aangevraagde vergunning van kracht wordt, waarin, voor zover het een vaartuig betreft dat nog moet worden gebouwd, in ieder geval de financiering en afspraken over de bouw van het vaartuig zijn opgenomen; een verklaring waarin de aanvrager aangeeft dat door of namens hem geen afspraken met derden zijn gemaakt waarbij een derde zich ertoe verplicht aanvragen te doen voor exploitatievergunningen voor vervoer van personen om die vergunningen vervolgens direct of indirect over te dragen of ten behoeve van de aanvrager te exploiteren; een verklaring van de aanvrager dat de natuurlijke personen of rechtspersonen die in zijn onderneming feitelijke zeggenschap of een overwegend belang in het geplaatste kapitaal hebben, niet tevens feitelijke zeggenschap of een overwegend belang in het geplaatste kapitaal van een andere aanvrager hebben; een document waaruit de structuur blijkt van de natuurlijke personen of rechtspersonen die in de onderneming feitelijke zeggenschap of een overwegend belang in het geplaatste kapitaal hebben; een verklaring van de aanvrager dat het aantal aanvragen dat hij doet, gelet op artikel 3.1.5, tweede tot en met vierde lid, niet hoger is dan op grond van artikel 3.1.5, eerste lid is toegestaan. 3.. De aanvrager geeft in de aanvraag in ieder geval aan: hoeveel zitplaatsen op het vaartuig aanwezig zijn; voor welk segment, bedoeld in artikel 3.1.2, tweede lid, een vergunning wordt aangevraagd; of de aanvraag ziet op een beeldbepalend of een historisch vaartuig; op welke wijze is voldaan aan de voorwaarden in bijlage 1, indien de aanvraag ziet op een beeldbepalend vaartuig; op welke wijze is voldaan aan de voorwaarden in bijlage 2, indien de aanvraag ziet op een historisch vaartuig; of voor het vaartuig op het moment van het indienen van de aanvraag een exploitatievergunning voor vervoer van personen is verleend; en in voorkomend geval, de verschillende verschijningsvormen waarin het vaartuig zal worden gebruikt voor de activiteit waarvoor de vergunning wordt aangevraagd. 4.. Een aanvraag wordt ingediend door een onderneming in de zin van de Handelsregisterwet 2007.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel