Naar hoofdinhoud
1.. Een vergunning wordt verleend voor het binnenwater en vermeldt in ieder geval: de naam en kenmerken met, in voorkomend geval, de verschillende verschijningsvormen van het vaartuig waarvoor de vergunning is verleend, en het aantal zitplaatsen dat op het vaartuig aanwezig is. 2.. Een vergunning vermeldt het segment waarvoor deze wordt verleend. 3.. Een vergunning wordt verleend voor het segment: “beeldbepalend en historisch groot” indien het een aanvraag betreft waarop op grond van artikel 3.2.3 of 3.2.4, in voorkomend geval in samenhang met artikel 3.2.7, positief wordt beslist; “beeldbepalend en historisch klein en middelgroot” indien het een aanvraag betreft waarop op grond van artikel 3.2.3a of 3.2.4a, in voorkomend geval in samenhang met artikel 3.2.7, positief wordt beslist; “groot” indien het een aanvraag betreft waarop op grond van artikel 3.2.5, in voorkomend geval in samenhang met artikel 3.2.7, positief wordt beslist; “klein en middelgroot” indien het een aanvraag betreft waarop op grond van artikel 3.2.6, in voorkomend geval in samenhang met artikel 3.2.7, positief wordt beslist, en “onbemand” indien het een vaartuig betreft waarop op grond van artikel 3.2.8, tweede lid positief wordt beslist. 4.. Op een vergunning wordt aangetekend dat deze wordt verleend voor een historisch vaartuig, indien de vergunning wordt verleend op grond van: artikel 3.2.3, of artikel 3.2.3a, of artikel 3.2.7, eerste lid, voor zover het een aanvraag betreft die ziet op een historisch vaartuig in het segment “beeldbepalend en historisch groot” of het segment “beeldbepalend en historisch klein en middelgroot” en het vaartuig voldoet aan de eisen in bijlage 2 bij deze regeling. 5.. Aan een vergunning wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat de vergunninghouder: wijzigingen aan het vaartuig meldt op de in de vergunning omschreven wijze; de vergunning ten minste twee jaar zelfstandig exploiteert, zonder dat een derde in belangrijke mate invloed uitoefent op de wijze van exploitatie; borgt dat het vaartuig tijdens de verhuurperiode wordt bestuurd door bemanning die in dienst is of in opdracht werkt van de vergunninghouder, voor zover het een vergunning betreft in een ander segment dan “onbemand”.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel