Naar hoofdinhoud
1. . De termijn als bedoeld in artikel 2.4.6, vierde lid, van de verordening, waarna een vergunning van rechtswege vervalt, is een jaar na het moment waarop de vergunning in werking is getreden. 2. . De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan op verzoek van de vergunninghouder met ten hoogste 3 maanden worden verlengd. 3. . Bij een melding, bedoeld in artikel 2.4.6, eerste lid, van de verordening wordt overgelegd: indien van toepassing, het certificaat van onderzoek, bedoeld in artikel 6 van het Binnenvaartbesluit; indien van toepassing, de meetbrief die voor het vaartuig is afgegeven; documentatie van inschrijving van de transponder en marifoon bij de relevante autoriteiten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel