Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Het ereburgerschap

Onderdeel van Verordening op de gemeentelijke onderscheidingen

1.. Het ereburgerschap kan door de raad, als blijk van grote waardering en dankbaarheid, worden verleend aan een persoon of personen die zich voor de gemeente of de plaatselijke gemeenschap(pen) op zeer uitzonderlijke wijze verdienstelijk hebben gemaakt. 2.. Als bewijs van toekenning wordt aan de begiftigde een oorkonde alsmede een gedenkpenning (in zilver) en een reversspeld van de gemeente uitgereikt. De penning draagt aan de voorzijde een voorstelling van het wapen van de gemeente, terwijl aan de achterzijde het woord “Ereburgerschap” en de voorletters en achternaam van de begiftigde draagt alsmede de datum van het raadsbesluit, waarbij tot deze toekenning is besloten. 3.. Het college kan voor elk afzonderlijk geval bepalen op welke wijze en door welke autoriteit de verlening van het ereburgerschap en de uitreiking van de daaraan verbonden versierselen zal plaatsvinden. 4.. Aan deze titel kunnen geen rechten worden ontleend en zijn geen verplichtingen verbonden. 5.. Indien bijzondere redenen daartoe aanleiding geven, kan de raad op voorstel van het college de begiftigde van het ereburgerschap vervallen verklaren.

Rechtspraak bij dit artikel