In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
Belastingaanslagen van minder dan € 9,-- worden niet geheven.
Voor de toepassing van het bepaalde in het derde lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen precariobelasting en andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.
Artikel 9
Betalingstermijnen
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING 2020