Een persoonsgebonden budget is uitsluitend mogelijk voor maatwerkvoorzieningen.
in de drie jaren, voorafgaand aan de datum van het onderzoek, toepassing is gegeven aan artikel 2.3.10, eerste lid, onderdeel a, d, en e van de wet;
het bieden van een keuze voor het persoonsgebonden budget negatieve gevolgen zou hebben voor het voortbestaan van het systeem van de desbetreffende maatwerkvoorzieningen in natura, te weten:
i. Het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer voor Wmo-geïndiceerden
er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet;
Het college kent geen persoonsgebonden budget toe als:
Indien de verwachting is dat een voorziening noodzakelijk is voor een periode die korter is dan de technische levensduur van de voorziening in natura.
de cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht onvoldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, onvoldoende in staat is te achten de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren, of
de veiligheid, doeltreffendheid, cliëntgerichtheid, doel- en rechtmatigheid onvoldoende is gegarandeerd.
Hoofdstuk 5:
Artikel 14: