Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 6

Het subsidieplafond

Onderdeel van Subsidieverordening Vrijwilligersorganisaties gemeente Kerkrade

1.. Het college stelt voor de subsidieperiode — binnen de afgesproken beleidskaders van de gemeenteraad — het subsidieplafond vast via het bekostigingsoverzicht. 2.. Voorzover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan het voorbehoud worden gemaakt, dat voldoende financiële middelen beschikbaar worden gesteld. Het voorbehoud vervalt, indien het college daarop niet binnen vier weken na vaststelling of ontvangst van het bericht van goedkeuring van de begroting een beroep heeft gedaan. Het beroep op het voorbehoud geschiedt bij een subsidie voor een activiteit die door het college ook in de voorgaande subsidieperiode werd gesubsidieerd door een intrekking wegens veranderde omstandigheden. In andere gevallen geschiedt het beroep op het voorbehoud door een intrekking overeenkomstig artikel 17. 3.. Het college maakt het te verwachten subsidieplafond bekend vóór de aanvang van het tijdvak waarvoor het is vastgesteld; bij die bekendmaking wordt de wijze van verdeling vermeld, wordt gewezen op de mogelijkheid tot verlaging van dat plafond en de gevolgen daarvan voor de reeds ingediende aanvragen om subsidie. 4.. Bij de toekenning van subsidies gaat het college uit van de mate waarin de vrijwilligersorganisatie en de door die organisatie ingediende activiteiten(plannen) voldoen aan de toekenningscriteria, met dien verstande dat de mate waarin deze criteria worden toegepast, per beleidsterrein kunnen verschillen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel