Naar hoofdinhoud
1.. De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor het parkeren van een motorvoertuig op een parkeerapparatuurplaats wordt niet geheven van een houder van een geldige gehandicaptenparkeerkaart. 2.. De vrijstelling is uitsluitend van toepassing als de gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in het eerste lid met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk zichtbare en leesbare plaats direct achter de voorruit van het motorvoertuig is geplaatst. 3.. De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor het parkeren van een motorvoertuig op een parkeerapparatuurplaats wordt niet geheven van een gebruiker van een elektrisch (hybride) motorvoertuig wat aangesloten is op één van de elektrische oplaadpalen in Heerenveen die aangeduid zijn met het bord E4 volgens RVV 1990 met onderbord ‘alleen voor elektrische auto’s. 4.. De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a voor het parkeren van een motorvoertuig op een parkeerapparatuurplaats wordt niet geheven van een gebruiker van een volledig (100%) elektrisch motorvoertuig.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel