In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken nemen burgemeester en wethouders naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het BBV in ieder geval op:
de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het gemiddeld verschuldigde rentepercentage;
de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar;
de rentevisie;
de rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie;
de kasgeldlimiet;
de renterisiconorm;
schatkistbankieren.