Er wordt gesproken van beëindiging van een voorziening, als deze voorziening stopt vanaf de datum van het beëindigingsbesluit. Beëindiging heeft dus geen terugwerkende kracht, in tegenstelling tot herziening of intrekking van een besluit. Het artikel benoemt situaties waarin het college kan overgaan tot beëindiging van de maatwerkvoorziening.
Het gaat in alle gevallen om een bevoegdheid van het college (kan-bepaling). Bij de toepassing van de bepalingen van dit artikel hoort een afweging tussen alle bij het te nemen besluit betrokken belangen.
Eerste lid onder c
Het zich niet houden aan de verplichtingen verbonden aan een bruikleenvoorziening, kan leiden tot beëindiging of intrekking van het recht op die voorziening. Het college zal bij die beëindiging wel moeten overwegen of het daarvoor een andere maatwerkvoorziening in de plaats stelt. Hierbij mag het college volstaan met hetgeen strikt noodzakelijk is ten behoeve van de zelfredzaamheid en participatie van cliënt. Bij de afweging wordt de verwijtbaarheid van cliënt in aanmerking genomen. Dit kan betekenen dat de cliënt enige ongemakken voor lief moet nemen als hij een andere maatwerkvoorziening krijgt. Denk bijvoorbeeld aan collectief vervoer voor de korte afstand in plaats de door het college beëindigde toekenning van de scootmobiel.
HOOFDSTUK 5:
Artikel 20.
Beëindiging
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2020