Naar hoofdinhoud
1.. De subsidie bestaat uit een bijdrage per geplaatste peuter. In de van deze regeling deel uitmakende bijlage ‘Opbouw kostprijs peuteropvang’ wordt de gemeentelijke subsidie per uur peuteropvang beschreven. Het college stelt jaarlijks voor 15 oktober de bijlage als bedoeld in het eerste lid vast. Hierbij wordt als volgt bepaald: de landelijk vastgestelde maximale uurprijs dagopvang zoals vastgesteld door het Rijk; de gemeentelijke opslag per uur op basis van de landelijke / wettelijke ontwikkelingen. 2.. Op het bedrag aan subsidie wordt de door de subsidieontvanger ontvangen ouderbijdrage van alle ouders, die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, in mindering gebracht. Dit gebeurt op de volgende wijze: Het college vergoedt aan de subsidieontvanger het vastgestelde maximumuurtarief van de toeslagregeling voor dagopvang, zoals deze door de rijksoverheid wordt vastgesteld. Ouders betalen aan de subsidieontvanger een inkomensafhankelijke ouderbijdrage. 3.. Indien een subsidieontvanger een hoger tarief hanteert dan het maximumuurtarief dat wordt gesubsidieerd, betaalt de ouder het verschil tussen het hogere uurtarief en het maximum tarief altijd zelf. Aan dit verschil kan geen recht op subsidie worden ontleend. 4.. De hoogte van de ouderbijdrage wordt door de subsidieontvanger bepaald aan de hand van het meest recente verzamelinkomen. Dit verzamelinkomen wordt bepaald aan de hand van een door de ouders te overleggen inkomensverklaring of door een recente jaaropgave, als er geen aangifte hoeft te worden gedaan voor de inkomensbelastingen. 5.. Voor lid 2 tot en met 4 geldt dat wordt uitgegaan van de door de rijksoverheid vastgestelde ouderbijdragetabel voor de kinderopvang voor het onderdeel dagopvang.

Rechtspraak bij dit artikel