Naar hoofdinhoud
Het college kent aan de jeugdige en/of zijn ouder(s) een individuele voorziening toe voor zover in het onderzoek zoals bedoeld in artikel 6 van deze verordening wordt vastgesteld dat de jeugdige en/of ouder(s) geen oplossing voor de hulpvraag kunnen vinden: binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in ieder geval wordt verstaan: gebruikelijke hulp van ouder(s) en hulp van andere personen uit het sociaal netwerk; het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten; door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige voorziening, of; door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van voorzieningen, voortvloeiend uit andere wetgeving. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening. Het college kan nadere regels opstellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste lid.

Rechtspraak bij dit artikel