Naar hoofdinhoud
1. De belastingplichtige voor: a. de verblijfsbelasting; b. de waterverblijfsbelasting; c. de rioolheffing niet-woningen; aan wie niet binnen zesentwintig weken na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar is uitgenodigd tot het doen van aangifte of aan wie niet binnen zesentwintig weken na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen vier weken na het verstrijken van die zesentwintig weken bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte. 2. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen dienen de in het aangiftebiljet gevraagde gegevens duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te worden ingevuld. Het aangiftebiljet wordt ondertekend en met de daarbij gevraagde bescheiden ingeleverd of toegezonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel