Het college stelt een financieringsstatuut vast waarin zorgvuldig financieringsbeheer uitgangspunt is.
In het financieringsstatuut worden tenminste nadere regels opgenomen over de volgende onderwerpen:
het aantrekken en uitzetten van financiële middelen;
de duurzame toegang tot financiële markten;
het beheersen van de financiële risico’s;
de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;
rendementoptimalisatie van de beschikbare liquiditeiten.
Het college zendt het financieringsstatuut ter kennisname aan de raad.