Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting gemeente Nijmegen 2020

1.. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. Indien de belastingplichtige is aangeslagen voor meer dan één hond, wordt bij de berekening van de ontheffing aangenomen dat de ontheffing betrekking heeft op de hond waarvoor op dat moment het hoogste bedrag aan belasting wordt geheven. 5.. Indien het totaal van de aanslag(en) hondenbelastingen of andere heffingen, verenigd op één aanslagbiljet minder dan € 10,- bedraagt, wordt geen aanslag opgelegd. 6.. Een vermindering van de aanslag leidt niet tot een teruggaaf indien het te restitueren bedrag minder bedraagt dan € 5,00

Rechtspraak bij dit artikel