Naar hoofdinhoud
1.. Het is de houder van een inrichting verboden toe te laten dat een handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verhandelt. 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor openbare verkopingen en veilingen. 3.. In dit artikel wordt verstaan onder: inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte: waarin enig horecabedrijf, tot de uitoefening waarvan behoort het bedrijfsmatig verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, wordt uitgeoefend; waarin de werkzaamheid, bestaande uit het anders dan bedrijfsmatig en anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse wordt uitgeoefend; waar bedrijfsmatig al dan niet door middel van een automaat eetwaren en/of alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt; houder: degene die een inrichting exploiteert of daarin de feitelijke leiding heeft.

Rechtspraak bij dit artikel