1. Met betrekking tot het marktgeld bedoeld in artikel 3 onder A, C en E worden de rechten geheven door middel van bonnen.
2. Met betrekking tot het marktgeld bedoeld in artikel 3, onder B, D en F is het belastingtijdvak gelijk aan de daar genoemde periode van drie maanden van het betreffende kalenderjaar.
Artikel 4
Belastingtijdvak
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN MARKTGELDEN MIDDELBURG 2020