Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Beleidsregels Integrale schuldhulpverlening Steenwijkerland 2020

1.. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2.. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: beleidsplan: het beleidsplan schuldhulpverlening 2014-2017 van de gemeente Steenwijkerland; GKB: de Gemeentelijke Kredietbank waarmee de gemeente Steenwijkerland een raamovereenkomst heeft afgesloten over de uitvoering van de Schuldhulpverlening en, het college een uitvoeringsovereenkomst heeft afgesloten over Schuldhulpverlening; inkomen: inkomen als bedoeld in paragraaf 3.4 Participatiewet, waarbij artikel 31, tweede lid, onder c, h, j, k, l, m, n, q, r en z Participatiewet en artikel 33, vijfde lid, Participatiewet niet van toepassing zijn; bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 sub c Participatiewet; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland; schuldhulpverlener: schuldhulpverlener die de hulpvraag in het kader van schuldhulpverlening vaststelt en die adviseert en besluit of en in welke mate verzoeker voor schuldhulpverlening in aanmerking komt; schuldhulpverlening: het begeleiden of ondersteunen van een inwoner bij het vinden van een oplossing voor zijn (dreigende problematische) schuldsituatie, maar ook bij het vinden van een oplossing voor de eventuele oorzaken hiervan, alsmede het verlenen van nazorg; problematische schuldsituatie: de situatie waarin van een natuurlijk persoon redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van de schulden van zijn huishouden of waarin hij heeft opgehouden te betalen; ketenpartners: partners met wie het college afspraken heeft gemaakt in het kader van schuldhulpverlening; gehuwd: gehuwd in de zin van artikel 3 Participatiewet; ondernemer: zelfstandige als bedoeld in de Bbz 2004; onverwijld: onder het begrip onverwijld in artikel 8 lid 1 wordt verstaan, uiterlijk binnen 30 dagen, gerekend vanaf het moment waarop het te melden feit of de omstandigheid zich heeft voorgedaan, dan wel kenbaar werd voor verzoeker; onregelbare schuldenaar: een verzoeker die zich stelselmatig niet aan de afspraken houdt of kan houden en/of niet gemotiveerd is – indien mogelijk – meer inkomen te verwerven en ten gunste van crediteuren keuzen te maken in het bestedingspatroon; niet-regelbare schulden: schulden die niet meegenomen kunnen worden in het kader van een schuldregeling, omdat de aard van de schuld zich tegen een minnelijke schuldregeling in de zin van een saneringskrediet of schuldbemiddeling verzet. Het gaat dan om schulden die buiten de schuldregeling vallen; toets: na achttien maanden toetst de schuldhulpverlener of verzoeker zijn eigen administratie kan beheren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel