Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt
De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo,dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste een bedrag van € 19,-- per maand voor de client of de gehuwde clienten tezamen, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 een lagere bijdrage is verschuldigd.
De kostprijs van een maatwerkvoorziening is gelijk aan de prijs waarvoor de gemeente de maatwerkvoorziening afneemt of aanschaft van een (gecontracteerde) aanbieder, inclusief de bijkomende kosten.
In afwijking van het vorige lid betaalt de cliënt aan wie de voorziening collectief vervoer is toegekend een ritbijdrage die vergelijkbaar is met de kosten van het openbaar vervoer.
De kostprijs van een persoonsgebonden budget is gelijk aan de hoogte van het toegekende persoonsgebonden budget.
In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door CAK vastgesteld en geïnd.
De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
HOOFDSTUK 4:
Artikel 14.
Bijdrage in de kosten
Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2019