Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 18

Wijze van verstrekken

Onderdeel van BELEIDSREGELS MINIMAVOORZIENINGEN EN BIJZONDERE BIJSTAND GEMEENTE DEN HAAG 2015

Lid 1. Individuele bijzondere bijstand voor bijzondere, noodzakelijke kosten wordt verstrekt in de vorm van een gift. Lid 2. In afwijking van lid 1 wordt bijzondere bijstand verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht, indien: de kosten betrekking hebben algemeen noodzakelijke kosten; of redelijkerwijs aangenomen kan worden dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien; of de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan; of de aanvraag een door de belanghebbende te betalen waarborgsom betreft; of de bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft. Lid 3. Bijzondere bijstand wordt in afwijking van lid 2 verstrekt als gift als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is in het kader van schuldhulpverlening. Lid 4. Het college kan het te verstrekken bedrag bijzondere bijstand voor algemeen noodzakelijke kosten bij verwijtbare gedragingen verlagen. Lid 5. De geldlening wordt afgelost volgens het percentage van de bijstandsnorm zoals genoemd in de normenlijst. Lid 6. Als de debiteur 48 maanden binnen een periode van maximaal 54 maanden, gerekend vanaf de eerste aflossing, aan zijn aflossingsverplichting heeft voldaan wordt het resterende bedrag aan bijzondere bijstand kwijtgescholden. Lid 7. Bij verwijtbaar gedrag zal de geldlening in zijn geheel afgelost dienen te worden.

Rechtspraak bij dit artikel