De zittingsperiode van een lid eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.
De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd.
De commissie kan de voorzitter ontslaan.
Een lid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als zijn opvolger is benoemd.
Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van de artikelen 3 en 4.