Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening rioolheffing gemeente Molenlanden 2020

Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschied op grond van enige andere wettelijke bepaling Indien wordt aangetoond dat de toegevoerde waterhoeveelheid niet op de riolering is geloosd en indien deze hoeveelheid tenminste 20% van de toegevoerde hoeveelheid water bedraagt, met dien verstande dat dit tenminste 100 m3 is, wordt op voet van de in het 3e lid bepaalde hoeveelheid afvalwater verminderd met de op andere wijze afgevoerde waterhoeveelheid. Indien kan worden aangetoond dat 2.000 m3 afgenomen water of meer in het productieproces achterblijft en lid 5 van dit artikel niet van toepassing is, wordt korting verleend naar rato van het werkelijke percentage water dat in het productieproces achterblijft ten opzichte van de werkelijk afgenomen hoeveelheid water. Indien lid 6 van dit artikel van toepassing is en het waterverbruik van een woning niet aan de hand van een “eigen” watermeter door het waterbedrijf kan worden vastgesteld, wordt het waterverbruik bepaald op 50 m3 water per persoon per jaar bij een huishouden tot en met 3 personen en voor elke volgende persoon per huishouden wordt het verbruik vastgesteld op 20 m3 water per persoon per jaar.

Rechtspraak bij dit artikel