1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij
de aanvang van de belastingplicht.
2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting
verschuldigd, over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde
belasting als er in dat jaar na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
kalendermaanden overblijven.
3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak
op ontheffing over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde
belasting als er in dat jaar na het einde van de belastingplicht, nog volle
kalendermaanden overblijven.
4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen
de gemeente verhuist en aldaar een ander belastingobject in gebruik neemt.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2020