Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van
het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht om ( voor het
sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in
het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad
gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen
naar een ronde tafel-gesprek.
Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het
eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het
stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 40,
zijn van overeenkomstige toepassing.
Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het
eerste lid ter
verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren
als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De
regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel
42, zijn van overeenkomstige toepassing.
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere
organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden
heeft benoemd.
Hoofdstuk 6
Artikel 45
Verslag; verantwoording
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad